Banner trap
< terug naar nieuwsbrief

Pubers en poëzie

Docent Nederlands Dietske van den Berg geeft les op een middelbare school in Zutphen. Pubers en poëzie – hoe doet ze dat? In deze aflevering: ‘Stilte is een gaatje in geluid’ van Bianca Boer.

Een witte neushoorn in de klas

Bijna niets vind ik zo leuk als het de klas in slingeren van zomaar een gedicht. De leerlingen zijn onvoorbereid, en mijn eigen voorbereiding bestaat alleen uit het kiezen en tonen van het gedicht. Dit doe ik in de vierde klas met ‘Stilte is een gaatje in geluid’ van Bianca Boer. Ik lees het voor en beken dat ik de titel onvoorstelbaar mooi vind. De leerlingen turen naar de titel en aan hun blik zie je dat ze zich het gaatje in het geluid proberen voor te stellen. Alleen dát is al een mooi moment. Daarna zeg ik: ‘Ook vind ik het geweldig dat er een witte neushoorn in het gedicht rondwandelt, maar ik heb geen idee wat hij daar doet. Wat denken jullie?’ Het duurt even, maar na een poosje komen de associaties los en vindt niemand het meer gek om een duit in het zakje te doen: ‘Witte neushoorns zijn zeldzaam en bijzonder. Dat past mooi in een gedicht.’ ‘Het beeld van een witte neushoorn past goed bij de stilte.’ Iemand vraagt wat voor een geluid een neushoorn dan eigenlijk maakt. Achterin trompettert iemand een olifant na. Weer een ander zegt: ‘De witte neushoorn is bijna uitgestorven en de moeder van de ik is al oud. Ze vergelijkt hem met haar moeder.’ Iemand vooraan: ‘De ik voelt zich eenzaam, net als de twee overgebleven wijfjes.’ Er ontstaan eilandjes van gesprekken in de klas, over dierentuinen en over moeders die tekeningen van vroeger bewaren. ‘Die witte neushoorn, die vergeet je nooit weer,’ hoor ik iemand zeggen.

Bianca Boer – Stilte is een gaatje in geluid

toen jij zo oud was als ik nu en ik nog
jouw kind was klonk de wereld anders

het eerste wat ik ooit hoorde was het ruisen
van jouw bloed het kloppen van je hart
van de witte neushoorn leefden toen nog
vijfhonderd volwassen exemplaren

toen ik klein was tekende ik landkaarten
van de plekken die ik kende
en van die waar ik later naartoe wilde
ik vraag me af of jij die tekeningen hebt bewaard

liggen ze in de kast in de kamer op de stapel
onder de kop en schotels voor als er visite komt
of is alles tussen de kranten
geschoven en afgevoerd

het laatste neushoornmannetje is pas gestorven
er leven nu nog maar twee wijfjes
in dierentuinen verspreid over de wereld

met alles wat uitsterft
verliezen we hun geluid
wist je dat je altijd ook stilte moet opnemen
omdat elke stilte anders klinkt

Dietske van den Berg-Geerlings is docent Nederlands op het Baudartius College en Eligant Lyceum. Daarnaast is zij auteur van diverse romans en dichtbundels. Zij schrijft bovendien literatuurrecensies voor Tzum en Poëziekrant, en ‘Eerste indrukken’ voor ooteoote.nl.

 

Inschrijven nieuwsbrief