Banner trap

Nieuwsarchief

Eerdere tips van uw boekhandel

Etty_187

Ine over Etty Hillesum van Judith Koelemeijer

Een boek van ruim 500 pagina’s, terwijl ik helemaal geen dikke boeken wilde lezen. Toch heb ik het in de afgelopen weken ademloos uitgelezen. Ooit had ik een vergelijkbare ervaring, 21 jaar geleden, ik was nog uitgever, toen ik met het manuscript van Het zwijgen van Maria Zachea op de bank ging zitten en alle gevoel voor tijd vergat.

Het boek is weer van Judith Koelemeijer, maar ditmaal gaat het over Etty Hillesum (1914-1943), die zelf een vuistdik dagboek schreef dat wereldwijd werd vertaald en gelezen en dat ik als twintiger pagina voor pagina heb verslonden.

Etty Hillesum woonde vlak bij waar ik geboren ben. Ze ging naar de school waar ik 46 jaar later ook naartoe ging, keek naar dezelfde IJssel en zocht net als ik vaak haar toevlucht in de bibliotheek.

Ik mocht de drukproef van het verhaal van haar leven lezen, als ik beloofde dat ik niets over de inhoud zou verklappen tot de verschijningsdatum, 20 september. Alleen dit kan ik erover zeggen: ik denk dat deze voortreffelijke biografie voor velen het boek van het jaar zal worden.

Gelukkig kunt u het nu zelf lezen.

Ine over Honger van Knut Hamsun


‘De mensen die ik tegenkwam, ach, lichtjes wiegend met hun opgewekte hoofden gingen ze als door een balzaal dansend door het leven. In geen enkel oog zag ik verdriet, op geen enkele schouder drukte een last.’

Een boek dat je raakt, verrast en vermaakt. Ik was ernaar op zoek en kon het maar niet vinden. Tot ik Honger van de Noorse schrijver en Nobelprijswinnaar Knut Hamsun (1859-1952) las. In dit in 1890 verschenen werk, zojuist opnieuw vertaald, volgen we een man die door een stad doolt, op zoek naar eten en een plek om te slapen. Hij wil schrijven, maar wordt beheerst door een knagende honger, die zijn lichaam en geest verzwakt en hem soms ook verrassend helder maakt.

Als hij nu maar één meeslepende gedachte kreeg die hem helemaal vervulde en hem woorden in de mond legde, verzucht hij in een lange monologue intérieur. Dat hij zonder enige inspanning een stuk zou kunnen schrijven waarin alles op zijn plaats zou vallen. Een artikel dat hij aan de krant zou kunnen aanbieden en dat hem geld zou opleveren. Maar het schrijven lukt niet. Honger drijft hem telkens weer de stad in, op zoek naar iets wat hem uit zijn benarde situatie kan redden. ‘Er ontstonden rotte plekken in mijn innerlijk, zwarte schimmels die zich steeds verder uitbreidden.’

Eén ding kan hij absoluut niet en dat is om hulp vragen. Elke uitgestoken hand negeert hij, hij liegt over zijn deplorabele toestand. Telkens bedenkt hij weer iets nieuws om aan geld te komen en gaat hij vastberaden op pad. En telkens weer stoot hij zijn neus.

Naarmate het verhaal vordert ga je steeds meer met hem meeleven, je hoopt dat hij eindelijk verlossing vindt, je gunt het hem, je wilt hem door elkaar schudden en roepen: zeg in godsnaam wat er aan de hand is, vraag om hulp!

Maar als hij dat uiteindelijk doet, twee keer zelfs, wordt hij keihard afgewezen en raakt hij nog meer gedeprimeerd. ‘Nu had ik me ineens verlaagd tot je reinste bedelarij. Ik was nu echt diep gezonken.’

Gaandeweg krijg je steeds meer sympathie voor deze grillige, slimme en soms ook naïeve man, die goed wil doen maar telkens de verkeerde keuzes maakt. Als hij bij toeval eens wat geld heeft, propt hij zich vol met misselijkmakende biefstuk en geeft de overgebleven centen daarna gauw aan iemand anders. ‘Het was heerlijk om weer blut te zijn.’

In vier hoofdstukken laat Knut Hamsun je tot op het bot voelen hoe het is om honger te lijden. Vooral de vertelstem maakt het boek onweerstaanbaar. Zijn toon is soms helder en realistisch, dan weer grappig, gek en impulsief, loopt soms over van zelfmedelijden en extase en is dan weer verrassend nuchter, relativerend en vol zelfspot.

Wonderbaarlijk hoe je van het meest basale – je dagelijks brood – zulke grootse en meeslepende literatuur kunt maken.

Op de informatieve website Noordse literatuur van Frans van der Pol uit Eefde lees ik dat Hamsun een avontuurlijk leven had. Hij was schoenmaker, marskramer, hulpveldwachter, onderwijzer, steenhouwer, houthakker, journalist, landarbeider, winkelbediende, tramconducteur.

Hamsun schreef meer dan veertig boeken. Zijn werk had grote invloed op de Europese en Amerikaanse literatuur en inspireerde auteurs als Kafka, Joyce, Hemingway, Woolf en Knausgård. Henry Miller zei: ‘Eigenlijk heb ik mijn hele leven alleen maar geprobeerd hem te imiteren, kon ik maar zo schrijven zoals hij.’

In de Tweede Wereldoorlog collaboreerde Hamsun met de nazi’s en na afloop werd hij veroordeeld wegens landverraad. Aan het eind van zijn leven was hij weer bijna net zo arm als toen hij Honger schreef. Hij stierf in 1952 op zijn boerderij, 92 jaar oud.

Tatjana over De verborgen dochter van Elena Ferrante


De verborgen dochter van Elena Ferrante (vertaald door Els van der Pluijm) is maar weer eens het bewijs dat een boek niet dik hoeft te zijn om steengoed te zijn. In compacte zinnen, waarin veel ongezegd blijft (maar des te meer gevoeld wordt), ontvouwt zich het verhaal van hoofdpersoon Leda. Het is onlangs prachtig verfilmd, maar ik raad iedereen aan (vooral ook) het boek te lezen; Leda’s gedachten geven het verhaal extra diepte.

Het verhaal speelt zich af aan de Italiaanse zuidkust, waar Leda, docent Engelse letterkunde, zich tijdens de zomerperiode voorbereidt op het komende academische jaar. Ze gaat dagelijks naar het strand, waar ze geconfronteerd wordt met een grote en luidruchtige Napolitaanse familie, eenzelfde soort familie als waaruit ze zelf op jonge leeftijd heeft weten te ontsnappen. Leda is met name geïntrigeerd door Nina en haar dochtertje Elena, en grijpt uiteindelijk op een bijzondere manier in hun leven in.

Aan de hand van de alledaagse gebeurtenissen die zich voordoen tijdens haar verblijf leren we Leda kennen. Net als in de flashbacks zien we haar worstelen met het moederschap, met aan de ene kant een grenzeloze liefde voor haar twee dochters, die ze op jonge leeftijd kreeg, en aan de andere kant het gevoel zichzelf kwijt te raken. Fijngevoelig en tegelijkertijd schaamteloos legt Ferrante Leda’s gedachten bloot, die zich hierbij zo nu en dan rechtstreeks tot de lezer richt:

‘Wat had ik ten slotte voor vreselijks gedaan? Jaren geleden was ik een meisje geweest dat zich verloren had gevoeld, jazeker. Alle hoop uit mijn jeugd leek al vervlogen, het was alsof ik achterwaarts tuimelde, terug naar mijn moeder, mijn grootmoeder, de hele keten zwijgende of verongelijkte vrouwen van wie ik afstamde. Gemiste kansen. (…) Het was alsof ik in mijn eigen hoofd zat opgesloten, zonder de kans om mezelf te bewijzen, en ik was wanhopig.’

Nog altijd is niet bekend wie er achter het pseudoniem Elena Ferrante schuilgaat, de auteur van onder andere het Napolitaanse vierluik De geniale vriendin. In interviews stelt Ferrante dat het pseudoniem haar de creatieve ruimte geeft om vrijuit te kunnen schrijven. Bovendien kunnen haar boeken zo op eigen benen staan, zonder de hinderlijke uitleg van de schrijver. Nu ik De verborgen dochter heb gelezen, zou het mij verbazen als Ferrante geen vrouw is:

‘Mijn smeulende ambities werden nog steeds gevoed door mijn jonge lichaam, door mijn verbeeldingskracht die plan na plan bedacht, maar ik besefte dat mijn creatieve drang steeds definitiever werd afgeknepen door de dagelijkse gang van zaken op de universiteit en door de onontkoombare aanpassingen die een mogelijke carrière vereiste.’

vertaald uit het Duits door Ria van Hengel

Ine over De wand van Marlen Haushofer

De Oostenrijkse Marlen Haushofer (1920-1970) schreef De wand in de jaren zestig. Ze had toen al meerdere boeken op haar naam staan en werd gewaardeerd. Maar na haar overlijden dreigde ze vergeten te raken. Tegenwoordig wordt ze beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers van Oostenrijk, met De wand als hoogtepunt in haar oeuvre.

In deze weergaloze roman vertelt een vrouw hoe ze geheel onverwacht op zichzelf is teruggeworpen in de ruige natuur. Er is niemand om mee te praten. Er is niemand die voor haar kan zorgen. Het enige gezelschap dat ze heeft zijn een hond, een koe en een kat. Aanvankelijk lijkt het leven overzichtelijk en tamelijk ongecompliceerd. Er is nog voldoende eten. De koe staat in de boswei, hond Luchs is in haar buurt, de poes slaapt op haar bed. Ze leert zichzelf hout zagen en ontdekt dat ze dat een prettig karwei vindt. Maar als er geen groente en fruit meer is, moet ze brandnetels eten en kauwt ze op sparrentoppen. Ze heeft een allesoverheersende behoefte aan zoetigheid, wordt mager en hoekig, haar gezicht zit vol kleine rimpels, haar handen zijn bedekt met blaren en eelt. Ze realiseert zich dat ze in haar oude leven niets heeft geleerd wat ze nu kan gebruiken.

Langzaam leert ze zich aanpassen aan het bos. ‘Je kunt jarenlang in nerveuze haast in de stad leven, het verwoest weliswaar je zenuwen maar je kunt het lang volhouden. Maar geen mens kan langer dan een paar maanden in nerveuze haast bergen beklimmen, aardappels poten, houthakken of maaien.’

Langzaam verandert ze ook in een andere persoon. Soms heeft ze een bijna mystieke ervaring. ‘Het was bijna onmogelijk om in de zoemende stilte van de wei onder de grote hemel een apart op zichzelf staand ik te blijven, een klein, blind, eigenzinnig leven dat zich niet in de gemeenschap wilde voegen. Eens was het mijn trots geweest dat ik zo’n leven was, maar op de alm kwam het me opeens heel armzalig en belachelijk voor, een opgeblazen niets.’

De wand is een superieure vertelling, hoe de mens kan leren zijn lot te aanvaarden. Angst, eenzaamheid, natuurgeweld, fysieke uitputting, en het allerergste: het verlies van dierbare dieren ˗ alles gaat zoals het gaat.

Hoe zou het mij vergaan, moederziel alleen in het bos, is een vraag die nog lange tijd in je hoofd blijft na smeulen. Om te huilen zo mooi, dit boek, en om nooit meer te vergeten.

vertaald uit het Engels door Erik Bindervoet en uit het Russisch door Robbert-Jan Henkes

Jacinthe over Een duik in een vijver in de regen van George Saunders

Wie Een duik in een vijver in de regen van George Saunders op de plank ziet staan, zal zich vermoedelijk afvragen wat dit boek te bieden heeft. Die raadselachtige, een tikje ingewikkelde titel en dan die ambitieuze ondertitel: Waarin vier Russen een masterclass geven over schrijven, lezen en het leven. Maar Saunders maakt deze belofte meer dan waar: een blijmoediger boek over literatuur bestaat niet. Ik werd er tijdens de laatste donkere weken van het afgelopen jaar in ieder geval erg gelukkig van.

Saunders won talloze prijzen voor zijn surrealistische korte verhalen en zijn eerste roman, Lincoln in de bardo, werd in 2017 onderscheiden met de Man Booker Prize. Al meer dan twintig jaar geeft hij les aan een van de meest prestigieuze schrijfopleidingen in de VS. De Russen uit de ondertitel, Tsjechov, Tolstoj, Toergenjev en Gogol, behoren tot zijn favoriete auteurs. Aan de hand van zeven lievelingsverhalen probeert Saunders in dit boek de magie van deze grote schrijvers te doorgronden. Voor wie deze Russen nog niet kent is dit boek een geweldige eerste kennismaking die hongerig maakt naar meer, maar ook voor doorgewinterde liefhebbers gaan de verhalen leven als nooit tevoren.

‘Godallejezus,’ verzucht Ivan Ivanytsj in het wonderlijke verhaal Stekelbessen van Tsjechov, maar dan van puur genot wanneer hij na een lange wandeling een duik neemt in het koele water van de vijver waarnaar de titel van dit boek verwijst. Deze masterclass is dan ook vooral een ode aan de levenslust. Verwacht bij Saunders geen grote theorieën of gewichtigdoenerij; termen als ‘thema’, ‘plot’, ‘karakterontwikkeling’ en ‘structuur’ leiden vooral af van waar het echt om gaat. Met een aanstekelijk enthousiasme en zonder te vervallen in gortdroge analyses ontleedt Saunders de verhalen en laat hij ons zien hoe subliem ze zijn opgebouwd.

Het openingsverhaal De kar, over de hartverscheurend eenzame dorpsonderwijzeres Marja Vasiliëvna, laat hij ons zelfs pagina voor pagina lezen. Na ieder fragment vraagt hij: ‘Wat verwacht je nu van dit verhaal? Hoe en wanneer begon Marja jou te raken?’ Ineens zien we duidelijk hoe Tsjechov het verhaal naar een hoger plan tilt, door meedogenloos efficiënt iedere hoop op een oplossing voor Marja’s situatie in rook op te laten gaan. Wij willen wat zij wil: dat ze niet zo eenzaam is. De schoonheid van het verhaal ligt vooral in de verandering die zich in ons hoofd voltrekt: ‘Tsjechov heeft ons zo dicht bij Marja gehouden […] heeft de manier waarop haar geest werkt zo goed beschreven dat het af en toe leek alsof hij onze eigen geest beschreef.’

Saunders schrijft beeldend (een gedicht is ‘een machientje dat bonusbetekenis overbrengt’) en doorspekt zijn beschouwingen met anekdotes uit zijn (schrijvers)leven. Het onvolprezen vertaalduo Robbert-Jan Henkes (uit het Russisch) en Erik Bindervoet (uit het Engels) verzorgde de gloednieuwe vertaling. Her en der geven zij inkijkjes in zowel hun eigen als andermans vertaaloverwegingen, wat het boek zeker ook voor vertalers interessant maakt. Maar de meeste indruk maken de verhalen zelf. De kans is groot dat je na het lezen van dit boek niet alleen de oude Russen, maar ook andere literatuur en misschien zelfs je eigen leven met een nieuwe blik bekijkt.

Inschrijven nieuwsbrief